|
Hier leest u het dagboek van Tanusu
Week 1 Zondagochtend, kwart voor vijf (het is nog donker buiten). Met een flink slaaptekort en dito ogen staat Barry met een wit-bruin gevlekte hond voor mijn deur. Tanusu was met vertraging vannacht aangekomen en snuffelt nu aan mijn deur, gang en alle geurtjes die in de lucht zweven. Hij is nog magerder dan ik van de foto's had afgelezen. Maar z'n ogen staan fris en z'n enorme oren gespitst: welkom in Nederland! De dag bestaat uit slapen en eten. Dat was bij de vorige pleeghonden ook zo. Er is ook zo veel te verwerken. Bovendien is het koud en is de omschakeling voor deze heer, zonder vet op z'n botten, behoorlijk groot. Met eten houd ik voorlopig een ‘zuigeling-schema' aan en hij krijgt om de 4 uur een klein beetje te eten. Als dat goed gaat worden de porties groter en de tussenpozen langer. Tanusu eet alles wat hij voorgezet krijgt en zou nog wel meer lusten merk ik al gauw. De tuin wordt grondig onderzocht, vooral de hoeken en gaatjes worden besnuffeld. 's Avonds ligt hij bibberend op een matrasje. Ik zoek een dekentje en trek dat half over hem heen. Da's beter. Wanneer ik de volgende ochtend beneden komt ligt het gordijn op de grond. Alle haakjes zijn verbogen en er zit een flinke scheur in. Dat ziet er uit als een flinke paniekaanval! Het is ook een zwaar, fluwelen (en gelukkig oud) gordijn. Hij heeft een plas gedaan op het kleed en licht nu bibberend te wachten op wat er gaat gebeuren. Ik knuffel hem en zet de deur open. Hij schiet me voorbij en poept buiten. Da's toch al mooi de helft van wat'ie moet leren! Als we gaan wandelen schrikt hij van het geluid van auto's en trekt hard aan de riem. Het eten is daarna in een grote sloeber op. Nog meer? Ik ga bij hem zitten en ben een poosje bezig met knuffelen, masseren en zeg lieve woordjes tegen hem. Hij geniet zichtbaar, sluit z'n ogen en ontspant. Er is duidelijk meer met Tanusu aan de hand maar hij is heel zacht en benaderbaar. In de middag let m'n dochter even op en gaan Vince en ik een eindje fietsen. De buitendeur staat open en Tanusu ligt lekker te slapen op z'n matje. Twee uur later is alles anders. Als we de fiets weggezet hebben komt m'n dochter net onder de douche vandaan en is het beangstigend leeg beneden. Nergens ook maar een spoortje van Tanusu. Het poortje naar de buren is opengeduwd en daar, achter het hout, zit inderdaad een heel klein gaatje. Onder het gaas ligt een klein plukje van zijn haar. Dat hij daardoor gekropen is kan ik bijna niet geloven. Meteen spring ik weer op de fiets en race door de buurt. Ja hoor: hij is gezien! Maar de buurtbewoners wijzen me alle kanten op. En waarschijnlijk heeft hij ook zo gelopen: volledig in paniek. Na een uur roepen ga ik terug. Ook mijn man en dochter komen zonder hond terug. Eerst maar eens alle alarmbellen laten rinkelen en ik zet het hele zoekcircuit in werking. Barry moet het natuurlijk als eerste weten, dan Amivedi, de Dierenambulance en de politie. Die laatste sturen alleen maar door en doen er verder niets aan. Weet ik ook weer. Het ergste vind ik nog wel dat hij zo kort bij mij is en niets en niemand kent en vertrouwd. Het lijkt hopeloos. Na een half uurtje belt de dierenambulance al: hij is gezien. Daarna krijg ik de Spoorwegpolitie aan de lijn: hij loopt op het spoor. Met een bakje eten met kippensoep-sausje (de geur daarvan was het eerste waardoor hij naar mij toe kwam) sta ik even later op perron 4 en kijk naar een groot en leeg rangeerterrein. Even later komen drie stevig bezwete security-medewerkers naar me toe. Het was ze bijna gelukt... Ik zeg nog iets over lokken met voer en ze laten me hun handen zien. Alledrie hebben ze brokjes en lekkers vast (hoe komen ze daar zo gauw aan?). Natuurlijk hebben ze al vaker met dit bijltje gehakt bedenk ik dan en we spreken de machinist aan die zo dadelijk naar Arnhem vertrekt: Of hij even om zich heen wil kijken? Ik druip weer af naar huis, het is inmiddels 20.00. We zitten nog geen kwartiertje of de telefoon gaat weer. Nu krijg ik de schrik van m'n leven: Tanusu is, vóór een trein uit, over de spoorbrug gerend. Aan de overkant is hij direct het spoortalud afgerend. We springen in de auto en zoeken heel Lent af. Ik roep zijn naam en we luisteren heel lang of we hem horen (piepen/janken of andere honden die stevig aanslaan) maar er gebeurt niets. Het is een prachtige avond. De zon staat laag en zet de uiterwaarden in een warm avondlicht. Ergens schuilt een mager hondje in dit vakantiekiekje en zie ik in dat het onbegonnen werk is. Na deze 3e zoektocht rijden we in het donker naar huis. 's Nachts regent het ongenadig. De dag daarop, het is inmiddels dinsdag, blijft het akelig stil. De ochtend breng ik door met het flyers ophangen in Lent en omgeving. Ik maak een praatje bij de buurtsuper en de bakker. Wat me opvalt is dat er zoveel mensen begaan zijn met het hondje: dat begon al met de buurtbewoners en die spoorwegpolitiemensen en weer heb ik een aantal hele warme kontakten gelegd. Zo levert Tanusu me, zonder dat'ie het weet, al heel wat goede ervaringen op! Thuis gekomen mail ik een berichtje naar Omroep Gelderland en de LTO (landbouworganisatie, zodat de boeren in de buurt het ook weten). Op woensdag wordt het nog even vervelender: het is koud en de hele dag regent het onophoudelijk. Hij heeft het niet getroffen met het weer in Nederland... Dan is het donderdag en sta ik met mijn dochter in Wijchen op de markt. Als mijn mobiel afgaat krijg ik Koen aan de lijn. Hij staat als gast op een camping nabij Oosterhout. Tanusu is al 2 dagen daar gezien, heel vroeg in de ochtend. Er zijn 2 campings en het lijkt of hij tussen die twee heen en weer pendelt. Ik bel Barry en een dik uur later staan zijn Spaanse collega's thuis voor mijn deur. Het toeval wil namelijk dat zij een weekje hier zijn tot de open dag van de stichting, aankomende zondag. Dory kent Tanusu en zei en haar collega's hebben hem in Gran Canaria verzord. Als er iemand kans heeft hem te vangen dan zijn zij het wel! We rijden samen de weg over de dijk en weer krijg ik het gevoel door een ansichtkaart te rijden. Het milde zomerwindje waait door de raampjes naar binnen en ik krijg ineens weer hoop: niet dat we hem nu te pakken krijgen, nee, het is meer dat Tanusu dit kan overleven. We parkeren aan de dijk en lopen rustig kwebbelend het schuine pad af. Bij de receptie leg ik nogmaals uit hoe je Tanusu uitspreekt: net zo als het toetje, Tiramisu, met de nadruk op de laatste klank. Ze zijn zeer behulpzaam en op mijn vraag of we eventueel ook een vangkooi mogen neerzetten reageren ze positief. Dan lopen we naar de laatste rij kampeerders . Aan het einde staat Koen met z'n familie. Hij had de flyer bij het station Lent zien hangen. Hij verteld hoe Tanusu in de ochtend langskomt en dat hij wel kleine beetjes eten heeft gekregen maar niemand kan bij hem in de buurt komen. Ik vertaal het in het Engels voor Dory die het daarna weer in het Spaans aan haar collega's doorgeeft. Zo staan we daar ruim een kwartier te praten en dan zie ik hem. Heel in de verte komt een klein wit stipje op ons afgelopen. Maar o jee; wat is hij máger!!! Ik haal direct de plakjes boterhamworst te voorschijn en Dory deelt ze uit. We maken een rij en roepen en lokken hem met lieve woordjes. Maar Tanusu komt niet. Je ziet aan hem dat hij iets herkend, oren en staart staat omhoog, maar hij loopt met een grote boog om ons heen. Hij versnelt en loopt naar het schuine pad dat naar de dijk gaat. Een grote auto rijd met een vaart over de dijk en in paniek draait hij weg van de dijk en schuilt tussen twee vakantiehuisjes. Drie van ons staan beneden en roepen hem: een moment staat hij vertwijfeld te bibberen en op dat moment weet een van de achterom gelopen Spaanse collega's hem te grijpen. Dit mag een klein wondertje heten!! Tanusu wordt vervolgens door 5 dames platgeknuffeld en zowaar: hij kwispelt!! Een uurtje later ligt de vluchteling, zijn buikje rondgegeten, op zijn matje uit te rustten. Hier en daar zitten wat schrammen maar het is gelukkig allemaal oppervlakkig. Ik trakteer op taart en weer heb ik door Tanusu een prachtige middag gehad met een paar supervrouwen en goede afloop! Nu is het zaterdag. Het gat in het gaas is dicht en Tanusu begint voorzichtig te aarden in mijn huis en tuin. Hij loopt me overal achterna en ik ben volledig van tactiek veranderd. Heel veel en overvloedig knuffelen: dat opent hem en maakt hem minder schuw. Het touw waar ik hem op aanraden van Dory buiten aan heb vastgezet heeft hij in drie minuten doorgeknaagd en het tuigje schuurt nog te veel tegen zijn nog te pijnlijke schrammen. Nu heeft hij z'n riempje maar weer om en gaat de buitendeur wat vaker dicht als ik even weg moet lopen. Eindelijk kan het langzame wennen rustig beginnen en van mij krijgt hij hier voorlopig onvoorwaardelijk de tijd voor. Volgende week weer verder!
Week 2 Elke ochtend, als ik beneden kom, ligt Tanusu volledig opgerold als een balletje en kijkt me bibberend aan: "Krijg ik nu een pak slaag?" Elke keer weer knuffel ik hem en komt hij langzaam los. Als ik de riem pak gaat het staartje omhoog en de laatste dagen kun je al van ‘ligt kwispelen' spreken. Hij eet ook wat voorzichtiger: "Is dat echt voor mij?" Hij stopt met eten bij het kleinste geluidje en loopt weg als mijn man in de buurt komt. Mijn dochter mag hij graag en de buurjongen van 10 is ook geen bedreiging. Bij beide komt hij al knuffels halen. Van kammen heb ik een dagelijks ritueel gemaakt. Het is een fijne manier om hem aandacht te geven en hem overal aan te raken. Hij doet de laatste dagen tijdens 't kammen z'n ogen dicht en geniet zichtbaar. Ook buiten in de tuin ontspant hij: daar waar hij in het begin een vast rondje heen en weer ijsbeerde gaat hij nu zitten en observeren. Het zoeken naar de uitgang is volledig over, gelukkig! Vanaf het begin heb ik hem van alles aangeboden: overal heeft hij nu botjes en speeltjes verstopt. Na de ochtendwandeling pakt hij voorzichtig de hondenknuffel die er al een paar dagen voor nop bij ligt, en neemt hem mee naar een stil plekje. Daar schudt hij hem eens flink door elkaar en gooit hem op, zet z'n poot er op en maakt gekke bokkensprongen. Het is de eerste keer dat ik hem zie spelen. Ik sta stiekem te kijken en geniet. Op woensdag lopen we 's avonds langs ‘het roedeluurtje'. Dan spelen een hele groep honden uit de buurt met elkaar op het grote veld. Hij snuffelt wat door het hek maar wil graag doorlopen. De volgende dag staat hij wat langer te snuffelen en kwispelt hij zelfs even. Vrijdag ga ik vroeg naar het roedeluurtje en ben de eerste. Zo kan hij een voor een aan de honden wennen en is de dominante reu niet te beschermend naar de groep. Het gaat goed, zelfs als de dominante reu binnenkomt. Hij zoekt de stilte op door achter mij te blijven hangen maar wil ook niet weg. Dan komt hij voorzichtig naar voren en gaat naar een kleine, rustige reu. Ze staan even neus aan neus en dan gebeurt het: Tanusu duikt met z'n voorpoten naar beneden en springt op als een kat. Als een te lang gespannen veertje begint hij te springen: wel heel goed op de kleine reu lettend. Samen rennen ze het veld op. En dan zet Tanusu de turbo aan: hij rent en speelt en glijdt uit de bocht, staat weer op en rent weer verder met iedereen die spelen wil. Zelfs met de dominante reu wordt gedold... nou ja zeg!!! Niemand had dit verwacht en alle baasjes op het veld zijn er stil van... Tanusu komt helemaal los. Wat een TOP-avond... Tanusu ligt 's nachts niet meer in de bench. Vanochtend kwam ik beneden en langzaam staat Tanusu op van z'n matje, rekt hij zich uit en komt een knuffel halen. Hij heeft niets meer binnen gedaan sinds de eerste nacht en hij heeft ook geen haast om naar buiten te gaan om te plassen. Hij kwispelt uitbundig als ik de riem pak en wacht totdat ik mijn rits goed dicht heb om met hem in de regen naar buiten te gaan. Het eerste stuk trekt hij me naar het poepveldje maar als dat gebeurt is loopt hij rustig mee, snuffelt hier en daar wat en houd me goed in de gaten. Langzaam maar zeker wordt Tanusu een ‘gewone' hond en dat is fantastisch nieuws.
Week 3 en 4 Tanasu is in de 4 weken dat hij in Nederland is volledig veranderd. Er zit niet alleen wat meer vlees op z'n botten (dat was ook wel nodig!), hij is ook in zijn gedrag een hele andere hond geworden. Het lijkt wel of hij z'n jeugd aan het inhalen is: hij speelt als een puppie met alles en elke hond die ook zin heeft om te rennen. Buiten loopt hij met stevige passen, grote, gespitste oren en hoog opgekrulde staart, naast me, waar hij in het begin met z'n kop laag en z'n oren in de nek, staart tussen de benen, op zoek was naar een vluchtweg. Thuis is zijn matje een veilige haven die hij steeds vaker pas opzoekt als hij gaat slapen. Verder loopt hij gemoedelijk rond, zoekt een speeltje, verplaatst een botje en gaat lekker op het kleed zitten kijken. Hij houdt me goed in de gaten en als ik naar m'n werk ga druipt hij af naar z'n matje. Daar wacht hij tot ik terug ben. Met mannen duurt het open gaan wat langer. Zelfs naar mijn zoon die hem elke dag vriendelijk benaderd en met hem wandelt, is hij voorzichtig en bang. Op het veldje krijgen de (mannelijke) baasjes al heel voorzichtig een natte neus als ze even niet opletten en altijd van achteren uit. Aan de voorkant zijn mannen toch (nog) te spannend voor hem. Maar er zit vooruitgang in, zei het langzaam. Een beetje meer geduld en ik denk dat dat ook helemaal goed komt. Tanasu is een heel sociale hond. Wanneer we visite hebben hield ik hem in het begin apart (wij buiten, hij binnen op z'n matje). Ik dacht dat hij die rust prettig zou vinden. Het tegendeel is waar: hij wil er ontzettend graag bij zijn. Hij krabt aan de deur om maar naar ons toe te kunnen. Dan gaat hij, eerst op wat afstand, rustig op een plekje zitten en komt langzaam dichterbij. Zo krijgt hij terloops van iemand een aai of gaat naast je staan en leunt met z'n lijf tegen je. Dat vindt ie heerlijk!
*****wordt vervolgd*****
Edith |