Hoe help ik mijn kind met de hond om te gaan
Een kind tot een jaar of 12 staat op een natuurlijke manier altijd lager in rang bij een (volwassen) hond dan oudere kinderen en volwassenen. U als hoger in rang zal er dan ook zorg voor moeten dragen dat u de hond ten aller tijde onder het kind plaats. Hieronder dan ook een paar tips/regeltjes om de omgang tussen kind en hond in goede banen te leiden.
- Laat uw kind nooit alleen met de hond. Ongewild kan het door een communicatiestoornis tot een bijtincident lijden. Dit doordat bijvoorbeeld uw kind met de hond wil spelen en de hond niet snapt wat de bedoeling is, of schrikt van een plotselinge beweging.
- Geef de hond een eigen plek in huis, waar het ‘veilig' is en niet gestoord wordt. En leer uw kind aan dat hij/zij bij die plek weg blijft.
- Een hond zal proberen boven het kind te staan door bijvoorbeeld rijgedrag te vertonen. Dit vaak als het kind op de grond aan het spelen is of kruipt. De hond ziet het kind dan als mindere, doordat het ‘laag' gaat. Laat uw kind meteen gaan staan (als het al kan staan) en corrigeer de hond met het commando FOEI (commando's altijd laten volgen op de naam van de hond ......... bijvoorbeeld Bello, FOEI!!!). Is uw kind nog te klein om te gaan staan, of ondanks dat het kind zich ‘groot' maakt de hond nog steeds dominant gedrag vertoont, corrigeer hem dan door samen met het commando de hond in zijn nekvel te pakken en hem terug te plaatsen.
- Laat uw kind geen trekspelletjes (met bijv. een flostouw)met de hond spelen tenzij u zeker weet dat het kind dit wint (een heel klein hondje)......de winnaar is namelijk de baas.
- Accepteer het niet van de hond dat hij uw kind de weg verspert. Ook dan zal hij het gevoel hebben uw kind de baas te zijn.
Ook zijn er verschillende situaties waarin mens en dier elkaar gewoon niet begrijpen doordat we beiden een andere taal spreken. En omdat je een hond niet kan leren de mensentaal te spreken, zullen wij moeten leren de hondentaal te begrijpen. Voorbeelden hiervan zijn:
Uw kind vind het allemaal een beetje eng en heel voorzichtig aait het de hond overhands (over de kop richting rug). De hond snapt niet dat het voorzichtigheid is, maar ziet dit als een ‘dominantieverklaring' (alleen hogere in rang mogen dit ongestraft doen) en zal zijn snuit omhoog doen en de kans bestaat dat de hond zelfs hapt (uit verdediging). Dit kunt u voorkomen door uw kind te leren om de hond aan de zijkant onder het oor te laten aaien. Veelal vinden honden dat ook erg prettig.
- Een hele normale reactie bij angst is de handen omhoog te doen als de hond toenadering zoekt. De hond zal denken dat er misschien iets lekkers in die hand zit en komt omhoog, waardoor uw kind misschien nog angstiger wordt of omvalt met het gevolg dat de hond dan weer ziet dat uw kind zich ‘klein; maakt en daar weer dominant op reageert, waardoor uw kind nog weer angstiger wordt. Leer uw kind dus de handen laag te houden. De hond zal dan alleen snuffelen en zijn aandacht snel op iets anders richten.
- Uw kind is smoorverliefd op de hond en wil hem een dikke knuffel geven door hem om zijn nek te hangen. De hond ziet dit echter als een bedreiging, want hij wordt alleen door een meerdere zo in de houtgreep genomen om gestraft te worden. Een beet in het gezicht zou geen uitzondering zijn.
- Laat om dezelfde reden uw kind ook niet over de hond heen buigen.
- Als uw kind de hond wil aaien, laat hij/zij dan altijd de hond aan de voorkant naderen. Een hond die onverwachts van achteren aangeraakt wordt, kan schrikken. Met alle gevolgen van dien.
- Renspelletjes.......het lijkt zo leuk........alleen is de intentie tussen mens en hond anders. Voor ons is het net of de hond gezellig mee rent en speelt, maar niks is minder waar. De hond raakt ervan in de war en zal het proberen te stoppen. Dit vaak door achter het kind aan te rennen en ertegen aan te springen, waardoor uw kind op de grond valt en .......enz. Of de hond wil het stoppen door te happen naar bijvoorbeeld de benen of armen. Probeer dus te voorkomen dat de hond bij rennende en spelende kinderen is, of leid de hond af door zelf spelletjes met hem te doen.
Het lijkt misschien allemaal veel en ingewikkeld, maar in een paar dagen is dit allemaal automatisme voor u en u voorkomt hierdoor een hoop leed, wat weer bijdraagt aan een gezelliger samenleving met uw nieuwe trouwe viervoeter in uw gezin. |
|
|
Enkele natuurlijke gedragsregels voor u naar uw hond om de rangorde te bepalen
Rangorde bevestigende handelingen
- De baas eet voor de hond. Als de hond rond dezelfde tijd zijn eten krijgt als het gezin, zorg er dan altijd voor dat de hond na het gezin eet. De hond is immers lager in rang dan de baas en eet daardoor ook later, de ranghogere eet altijd eerder! Dit kan je ook doen door de bak van de hond te vullen met eten, dan in het bijzijn van de hond zelf boven zijn bak een koekje of een cracker te eten en daarna de bak aan de hond te geven. Laat de hond eerst zitten voor u zijn bak neerzet en geef hem daarna bijvoorbeeld het commando "pak maar". Dit voorkomt dat hij de bak uit uw handen springt en bevestigd uw rang van meerdere. (de ranglagere eet pas wanneer de ranghogere dat toestaat)
- De hond ligt niet op de bank en slaapt niet in bed. De ranghogere heeft altijd de beschikking over de beste en de hoogste plaatsen; de bank en het bed dus. Hij accepteert daar geen ranglagere roedelgenoten.
- De baas bepaalt wanneer, wat en hoe lang er gespeelt wordt en wint het spel. Spel is een risico arme vorm van agressie; wat voor de baas leuk is heeft voor de hond altijd bijbedoelingen. Het is daarom belangrijk om als baas tijdens het spel letterlijk de touwtjes in handen te houden en altijd het spel en het speeltje te winnen.
- De baas gaat altijd eerder door een deur dan de hond. De ranghogere gaat altijd voor de ranglagere, zeker door nauwe doorgangen zoals deuren. Leer uw hond daarom een wacht commando aan; hij moet wachten totdat de baas hem voor is gegaan.
- De hond gaat altijd opzij voor de baas. De ranghogere heeft altijd het recht van doorgang, dus als de hond in de weg ligt moet hij plaatsmaken voor de baas, de ranglagere maakt altijd plaats voor de ranghogere.
- De baas bepaalt altijd de route tijdens het wandelen. De ranghoogste (de dominante) bepaalt altijd de route, de ranglagere gaan met de ranghogere mee. De hond volgt dus altijd de baas en bepaalt zelf geen route.
- De hond krijgt niets voor niets. De ranghogere heeft altijd de macht over het voedsel; hij bepaalt wanneer de ranglagere iets mogen hebben. De hond krijgt van ons (de roedelleider) nooit voedsel (koekjes etc) zonder dat hij daar iets voor gedaan heeft (zitten, liggen, pootje geven etc). Hierdoor bevestigen wij voor de hond onze macht over het voer.
- De hond moet ieder gegeven commando opvolgen. De ranglagere gehoorzamen altijd aan de ranghogere. Als u ziet dat de hond een commando wat u wilt gaan geven (bijv. het hier komen) niet gaat opvolgen (omdat hij met andere honden aan het spelen is) geef het commando dan niet. Ga de hond halen en oefen later, aan de lijn terwijl u de hond onder controle heeft, het commando nogmaals. Zorg er altijd voor dat u tijdens het geven van commando's controle over de hond houdt zodat hij niet onder commando's uit kan komen.
- De baas bepaalt wanneer de hond aandacht krijgt. De ranghogere mag zelf beslissen of hij aandacht wil geven aan een ranglagere als die daarom vraagt. Het dus niet erg om uw hond te aaien als hij daarom komt vragen, maar stuur hem af en toe ook weg. De ranghogere heeft het recht om aandacht geven wanneer hij daar zin in heeft en om de ranglagere weg te sturen als hij geen zin heeft.
- De roedelleider gaat niet naar de ranglageren toe, tenzij het is om deze terecht te wijzen. Dus wilt u iets van uw hond, roep hem naar u toe. Als hij komt is hij uiteraard de liefste hond van de wereld! Komt hij niet, loop dan rustig op hem af, maar doe alsof u langs hem heen wilt. Pak hem bij zijn halsband en neem hem rustig mee naar de plaats waar u hem wilde hebben. Jaag niet achter hem aan, maar draai u om en loop de kamer uit als het niet lukt. De hond vindt het het ergst als hij genegeerd wordt!
- Bij binnenkomst (bv na het werk) bent u belangrijk.
U negeert de hond in eerste instantie en begroet eerst uw eventuele gezinsleden (zij zijn ranghoger!), daarna roept u de hond bij u en u begroet hem.
- Ben altijd consequent, als de hond de ene dag mag trekken aan de lijn omdat de baas in een goede bui is en de volgende dag wordt hij bruut gecorrigeerd voor trekken aan de lijn omdat de baas zelf niet vrolijk is, dan is dit voor een hond niet te begrijpen. Als u gedrag wilt corrigeren, moet u dit consequent doen; (met corrigeren wordt geen straffen bedoeld, Probeer daarom ongewenst gedrag zoveel mogelijk te negeren en gewenst gedrag te belonen.)
Handelingen die je als baas beter niet kunt uitvoeren zonder advies en/of toezicht van een trainer of gedragstherapeut; *je hand plat over de snuit van de hond leggen en lichte druk uitoefenen *speeltjes afpakken *voerbak wegnemen
Deze regels kunnen u helpen bij een zo prettig mogelijke omgang met uw hond. Het is echter raadzaam om bij ernstige of blijvende gedragsproblemen contact op te nemen met een gedragsdeskundige!!!
|
|
|
|
|
|